Nieuws

Publicatie | Effect of Technology Use on Ageing in Place: The iZi Pilots

16 juli, 2020

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief

Blijf betrokken bij het laatste nieuws van NeLL met de gratis nieuwsbrief.

Uit de iZi studie in Den Haag blijkt dat door het gebruik van technologische hulpmiddelende de kwaliteit van leven van ouderen toeneemt.  

Het is gelukt om meer dan honderd deelnemers (uit 260 huishoudens) te werven voor het uittesten van technologie. Er zijn weinig onderzoeken bekend, waar het op deze schaal mogelijk is geweest om ouderen voor technologie te interesseren. 

Het bereiken en betrekken van ouderen vergt zorgvuldigheid, tijd en aandacht. De intensieve persoonlijke vraaggerichte inzet van zogenaamde “community builders” heeft een belangrijke rol gespeeld om deze ouderen voor technologie te interesseren.

Verder viel op dat digitale technologie, zoals sensor- en robottechnologie, gezien de aard van de functie, slechts voor een beperkte en kwetsbare groep relevant was. Goede uitleg over deze nieuwe innovatieve functionaliteiten is extra belangrijk. Hiermee wordt ook een automatische voorkeur voor bekende en traditionele hulpmiddelen vermeden. Goede introductie over de installatie en uitleg en laagdrempelige ondersteuning zijn eveneens cruciaal om (digitale) technologie door ouderen te laten gebruiken. Zelf installeren en starten is een risico gebleken. 
 

Effectonderzoek
Indien wordt gecorrigeerd voor uitval en de verschillen tussen de iZi en de controle locatie, dan gaat de iZi groep minder hard achteruit in ervaren fysieke gezondheid. Dit is van klinisch relevante omvang. 


Dit effect wordt nog sterker en zelfs positief voor de iZi deelnemers - toename van ervaren fysieke gezond- heid - als er meer technologie items worden gebruikt. Er waren geen overige significante verschillen tussen iZi en controle locatie. Wel nam op de iZi locatie het percentage mensen dat zich thuis voelt in de buurt en veel contact heeft met buurtbewoners significant toe. 

Ook is gebleken dat op de iZi locatie een kleinere toename is in gebruik van WMO voorzieningen ten opzichte van de controle locatie. Er konden door het LUMC helaas geen data over het huisartsbezoek tijdens de duur van het onderzoek verzameld en geanalyseerd worden. Een definitieve uitspraak over de effecten op zorgkosten van gebruik van technologie kunnen we daarom nog niet maken. Dit zal op een later tijdstip nog volgen. 


Interpretatie 
Ouderen gebruik laten maken van technologie is mogelijk, maar kost veel tijd en (persoonlijke) inspanning. De iZi-deelnemers vertegenwoordigen een redelijk zelfredzame groep waardoor effecten moeilijker zijn aan te tonen. Desondanks waren ruim 100 deelnemers geïnteresseerd en konden aan technologie worden gematcht. Maatwerk en aandacht voor de persoonlijke context zijn hierbij belangrijk. 

Vooral bij innovatieve en vaak digitale technologie is het belangrijk om aanschaf en gebruik zo eenvoudig mogelijk te houden. Kosten blijven hierbij een belangrijk uitdaging voor opschaling. Ondanks de kleinere groep deelnemers aan het effect onderzoek was er toch een positief effect op kwaliteit van leven van door gebruik van technologie. Het effect op zorg(kosten) lijkt beperkt maar moet nog worden aangevuld met gegevens van huisartsenbezoek. Effecten van de community building konden niet apart worden onderzocht maar de iZi deelnemers lijken op een aantal aspecten positiever te staan t.o.v. hun buurtgenoten. 
 

Conclusie 
Het gebruik van technologie heeft een positief effect op de ervaren kwaliteit van de fysieke gezondheid van ouderen in Den Haag: hoe meer technologie, hoe gunstiger het effect. Ouderen willen en kunnen, mits op de juiste wijze geïntroduceerd en ondersteund, technologie gebruiken om langer thuis te blijven wonen. Om te komen tot opschaling van gebruik van technologie zijn aanbevelingen geformuleerd. 

 

Klik hier en lees de hele (Engelstalige) wetenschappelijke publicatie.

Voor het volledige (Nederlandse) rapport klik je hier.

Auteurs: Helen A.M. Silvius, Erwin C.P.M. Tak, Dennis O. Mook-Kanamori, Hedwig M.M. Vos, Mattijs E. Numans en Niels. H. Chavannes.

 

Gerelateerd